De ziel van de organisatie in een wereld van algoritmes: De nieuwe strategische rol van interne communicatie

Met het voorspellen van de toekomst moet je altijd voorzichtig zijn. Ook als het om interne communicatie gaat en helemaal in 2026. Technologische doorbraken volgen elkaar in een exponentieel tempo op, waardoor elke stelling over hoe we over tien of vijftien jaar samenwerken per definitie speculatief is. Zeker omdat die doorbraken met horten en stoten komen: applicaties kunnen tegenwoordig zonder tussenkomst van mensen worden ontwikkeld, maar het tellen van het aantal rijen in een Excel-bestand is soms een brug te ver.  

En toch: wie goed kijkt, ziet patronen in hoe technologie zich ontwikkelt. Er is bovendien voldoende historisch materiaal beschikbaar over hoe organisaties omgaan met technologie die hun efficiëntie en effectiviteit vergroot. 

De ervaring leert namelijk dat als technologie het mogelijk maakt en het voordeel biedt, we het gaan gebruiken. 

Dat gegeven dwingt ons om verder te kijken naar wat er staat te gebeuren. En niet (alleen) om te weten te komen met welk model je het beste een actiefiguur van jezelf kunt maken en of de AI-kerstcommercial van McDonald’s nou wel of niet van waarde was.

Dat verder kijken doen we uitgebreid in dit artikel. Voor het gemak doen we dat in 4 stappen:

  1. De ontwikkeling van AI binnen organisaties
  2. Waar blijft de mens binnen de organisatie?
  3. Wat betekent dit voor interne communicatie?
  4. De impact van AI op jouw rol als IC-professional

1. De ontwikkeling van AI binnen organisaties

We hebben allemaal al wel ‘gespeeld’ met AI. En in sommige organisaties wordt AI al breed ingezet om processen te verbeteren. Het schrijven van een nieuwsbrief, het monteren van een video of het vertalen van een strategisch document is met de huidige generatie modellen al veel minder tijdrovend geworden. 

Dit zijn voorbeelden van ‘augmentation’, oftewel de versterking van het bestaande: je doet hetzelfde, maar het gaat efficiënter, sneller, beter. Zoals onderzoeken van economen Daron Acemoglu en Pascual Restrepo en van Tyna Eloundou et al. beschrijven, vervangt technologie in deze fase vooral specifieke taken en (nog) niet volledige banen. 

Daarmee is het eigenlijk vooral meer van hetzelfde. Nieuwe wijn in oude zakken. Of meer wijn in zakken. Of meer zakken, whatever…

De opkomst van AI-agents in organisaties

Een fundamenteler verandering wordt zichtbaar met de opkomst van wat AI-professor en –ondernemer Andrew Ng beschreef als ‘agentic workflows’. Samengevat komt dit concept erop neer dat AI-modellen niet langer wachten op een expliciete menselijke instructie voor elke individuele stap, maar steeds beter in staat zijn om zelfstandig doelen te interpreteren, complexe plannen te smeden en acties uit te voeren in verschillende digitale systemen.

Een voorbeeld: in plaats van AI te vragen om een lijstje met suggesties voor hotels voor de zomervakantie, boekt een agentic workflow zelfstandig een verblijf door verschillende opties te vergelijken, recensies te filteren op jouw voorkeuren en pas te stoppen als hij de beste prijs-kwaliteitverhouding heeft gevonden en maakt dan de boeking. De workflow denkt dus niet alleen met je mee, maar voert het hele proces van onderzoek tot boeking autonoom voor je uit.

Nog een voorbeeld, nu van de werkvloer: de agentic workflow wacht niet op jouw vraag, maar scant continu je mailbox en planning om dreigende deadlines binnen jouw project te signaleren en stelt zelfstandig een herstelplan op inclusief concept-mails naar de betrokkenen. De agent handelt dus niet pas als jij erom vraagt, maar anticipeert op knelpunten door zelf taken uit te zetten en informatie te verzamelen om het project op koers te houden.

2. Waar blijft de mens binnen de organisatie?

We zien met de recente komst van tools en platformen als OpenClaw, Claude Cowork en NemoClaw dat deze agents geen theoretische of wetenschappelijke concepten meer zijn, maar al zijn doorgedrongen in producten voor het grote publiek. 

En als we deze ontwikkeling denkbeeldig dóórtrekken, doemt het beeld op van een kennisorganisatie of kennisintensieve onderdelen van organisaties die is/zijn gekrompen tot een relatief kleine cockpit met mensen die een leger aan autonome agents aansturen en monitoren. 

De vraag is natuurlijk hoe snel deze verandering zich gaat voltrekken. De overtuiging dat AI direct (deels) processen kan overnemen, wordt getemperd door de ongestructureerde puinhoop van decennia aan digitale informatie waarop de meeste organisaties op drijven. Iedereen dit ooit iets heeft geprobeerd te vinden op het intranet, weet precies wat ik hiermee bedoel: Niet. Te. Doen. 

Iets fundamenteler wordt dit beschreven door Erik Brynjolfsson van Stanford met de ‘Productivity J-Curve’: de productiviteit stijgt door de komst van nieuwe technologie niet direct, omdat de organisatie eerst onzichtbare investeringen moet doen in haar architectuur en informatiemanagement.

De menselijke kern

Bovendien zijn er redenen genoeg dat een menselijke kern binnen organisaties nodig blijft.

Ten eerste ligt dit besloten in de fundamentele grenzen van de technologie. Hoewel modellen steeds beter worden in het simuleren van logica, wijst François Chollet met zijn ARC-AGI-test op een blijvend gebrek: AI faalt vaak bij abstract redeneren in unieke, onvoorspelbare situaties. Dat maakt dat voor de strategische koers en de morele besluitvorming, zeker tijdens ongekende situaties, de menselijke intuïtie, creativiteit en het vermogen tot bewuste reflectie onontbeerlijk zijn. 

Ten tweede leert de geschiedenis ook dat als werk efficiënter kan worden uitgevoerd, de ambities van organisaties vaak evenredig vergroot worden: de zogenaamde Jevons-paradox.  Door deze toegenomen complexiteit kan een nieuwe laag van ‘AI-managers’ en auditors ontstaan om al die geautomatiseerde processen in goede banen te leiden. 

Die nieuwe laag zal ook nodig zijn omdat er juridische en maatschappelijke muren blijven bestaan. Wetgeving, zoals de Europese AI Act, evenals maatschappelijke druk rondom aansprakelijkheid, zullen vereisen dat er bij nagenoeg elk risicovol bedrijfsproces sprake is van een ‘human in the loop‘. Een miljardenbedrijf kan simpelweg niet juridisch of moreel verantwoord bestuurd worden door een paar mensen en een miljoen ondoorzichtige algoritmes.

En tenslotte zijn er ook veel organisaties blijven bestaan waarbinnen een groot deel van de uitvoering mensenwerk zal blijven, ook als robots een deel van het werk gaan overnemen; denk maar aan zorg, retail en bouw. 

3. Wat betekent dit voor interne communicatie?

Dus nee, we zijn niet allemaal morgen werkloos. Maar het werk gaat wel veranderen. En voor ons als interne-communicatieprofessionals zal de opkomst van AI-agents ook impact hebben. 

Allereerst neemt de omvang van interne communicatie af. Simpel gezegd: er zullen minder kenniswerkers zijn, want hun taken zullen worden overgenomen door AI. En omdat agents communiceren via API’s en protocollen, geen nieuwsbrieven lezen en niet op zoek zijn naar purpose, zal onze hoeveelheid werk afnemen.

Ten tweede verandert de aard van interne communicatie fundamenteel. Want dankzij technieken als retrieval-augmented generation (RAG) destilleert een AI-systeem dan uit alle beschikbare interne bronnen -van projectplannen en e-mails tot informele chatberichten- exact díe informatie die een specifieke medewerker op dat moment nodig heeft voor zijn taak. Elke medewerker krijgt dankzij deze hyperpersonalisatie een eigen informatie-interface die naadloos aansluit op zijn/haar specifieke behoeften. 

Het wordt zoals Oprah iedereen een auto gaf: en jíj krijgt een eigen dynamisch intranet met speciaal voor jou gepersonaliseerde content, en jíj krijgt …

Dat heeft ook een nadeel. Want dit is ook het moment waarop de ‘gezamenlijke werkelijkheid’ van de organisatie begint te versnipperen. Als informatie zo extreem relevant wordt gemaakt voor het individu, verdwijnt de toevallige ontmoeting met informatie van andere afdelingen. Het risico op corporate filterbubbels is daarmee natuurlijk levensgroot. 

Met andere woorden: als de software-engineer en de accountmanager via hun gepersonaliseerde agents totaal verschillende interpretaties van de koers ontvangen, is dat superrelevant en extreem efficiënt en effectief voor hun eigen werk, maar voor effectieve samenwerking onderling is een gedeeld besef van de koers essentieel.

4. De impact van AI op jouw rol als IC-professional

En daarmee belanden we automatisch bij jou als interne-communicatieprofessional en de rol van AI op jouw rol.

Interne communicatie als filter voor AI(-content)

Zoals geschetst heeft AI in eerste instantie vooral impact op de bestaande processen, bijvoorbeeld door deze efficiënter te maken. Dat geldt ook voor IC’ers: AI helpt bij het maken van analyses, het ontwikkelen van een strategie en het maken van meer content voor de bestaande groepen. Eindelijk wordt het probleem van schaarste opgelost en kunnen we in plaats van hetzelfde bericht voor iedereen, daadwerkelijk segmenteren en specifieke content maken voor specifieke groepen, en dat simultaan in elke taal. 

We kunnen simpelweg efficiënter werken en dus meer doen en meer produceren. Dit brengt echter ook een uitdaging met zich mee: de devaluatie van content. Omdat het produceren van informatie zo weinig capaciteit kost, dreigt een gigantische strijd om aandacht en een overvloed aan AI-gedreven ruis.

De medewerkers raken overspoeld met foutloze, maar ook zielloze content. De waarde van de IC-professional verschuift daardoor noodgedwongen van ‘maker’ naar ‘curator’: de poortwachter die de schaarse aandacht van de medewerker beschermt tegen AI-ruis en cureert wat echt belangrijk is.

IC als verkeersagent voor de AI agent

Op de langere termijn gaat ons werk veel wezenlijker veranderen.

Zo zal de rol van de interne communicatieadviseur er o.a. uit bestaan het gezamenlijk beeld van de organisatie bij medewerkers te bewaken, en daarmee de gezamenlijkheid van de organisatie. Dankzij hyperpersonalisering krijgt iedereen een individueel relevante versie van het organisatieverhaal, maar daarin moet altijd een minimale set aan gemeenschappelijke verhalen en waarden verteld blijft worden om de sociale cohesie te garanderen.

De adviseur doet dit door vangrails aan te brengen voor de AI. Door te bepalen welke onderdelen van het organisatieverhaal voor iedereen hetzelfde zijn en die gezamenlijkheid garanderen. Anders gezegd: de adviseur definieert de waarden en de context waarbinnen de AI mag opereren.

Het goede nieuws voor wie gelooft in menselijkheid is dus dat data nooit af zijn en de waarheid fluïde is. Wat gisteren het officiële beleid was, kan vandaag achterhaald zijn door een plotselinge overname, een veranderende markt of een nieuwe visie van de directie. AI-agents zijn getraind met data uit het verleden en lopen daardoor per definitie achter zodra een organisatie een fundamentele koerswijziging inzet.

De communicatieadviseur blijft hierdoor de onmisbare versneller van het nieuwe narratief. Pas nadat de menselijke adviseur het nieuwe verhaal heeft geïntroduceerd, begrepen en emotioneel verankerd bij de sleutelfiguren in de organisatie, kan de AI het overnemen. 

Tenslotte is een organisatie geen wrijvingsloze machine, maar een politieke arena. Een AI-agent snapt formele hiërarchieën, maar is blind voor de informele frictie: de gekrenkte ego’s, de onderlinge gunfactor en de ongeschreven regels op de werkvloer. De adviseur blijft de essentiële smeerolie voor deze irrationele menselijke frictie, iets wat geen enkele API ooit kan oplossen.

Conclusie

De behoefte aan interne communicatie door interne communicatieadviseurs zal dus niet verdwijnen, maar verminderen en zich verplaatsen naar deze nieuwe rol. De adviseur wordt een regisseur, crisismanager en betekenisgever van een hybride organisatie. De adviseur schrijft geen teksten meer, maar programmeert de intentie van de organisatie. 

De toekomst van interne communicatie ligt daarmee, mits het lukt om dat domein te claimen, niet in het beheersen van de stroom, maar in het bewaken van de ziel. En daarmee is aan jou als IC-professional en als mens om de menselijkheid van jouw organisatie te waarborgen.